Wetgeving 2026

Daniël Maats over de Wtta en grip op je inhuurketen

15 min leestijd · Bijgewerkt per · Samengesteld door de redactie van PersoneelsKompas

Daniël Maats, arbeidsrechtadvocaat bij BVDV
PersoneelsKompas in gesprek met Daniël Maats

Arbeidsrechtadvocaat en partner bij BVDV Advocaten & Fiscalisten

Over Daniël bij BVDV

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) start op 1 januari 2027 met een overgangsjaar. Vanaf 1 januari 2028 gelden de toelatingsplicht en handhaving. Als inlener controleer je of je leverancier mag uitlenen met een toelating, ontheffing, geldige overgangsstatus of toepasselijke wettelijke uitzondering. De basis staat in Wtta voor inleners en Val ik onder de Wtta?.

In dit gesprek kijken we vooruit vanuit de praktijk van de ondernemer. Wat verandert er echt, waar zitten de juridische aandachtspunten en wat kun je nu al regelen? Ramon van PersoneelsKompas sprak erover met Daniël Maats, arbeidsrechtadvocaat en partner bij BVDV Advocaten & Fiscalisten in Utrecht en juridisch kennispartner van PersoneelsKompas. Hij adviseert werkgevers over onder meer uitzendrecht, het werken met zzp’ers en reorganisaties.

In het kort

  • Bij terbeschikkingstelling werkt een arbeidskracht van een andere partij tegen vergoeding onder jouw leiding en toezicht. De feitelijke situatie is bepalend, niet alleen het contract. Controleer daarnaast eventuele wettelijke uitzonderingen.

  • Toelating van je uitlener is stap één. Je eigen verplichtingen (beloningsinformatie, urenadministratie, veilige werkplek) blijven bestaan en de administratie wordt eerder meer dan minder.

  • Bij doorlenen controleer je zowel de formele werkgever als de doorlener. Iedere betrokken uitlener moet bevoegd zijn om uit te lenen. Een heel scherp tarief bij een lange keten is volgens Daniël reden om door te vragen.

  • Leg afspraken vast over statuswijzigingen, actuele beloningsinformatie en aansprakelijkheid. Een contract neemt wettelijke verplichtingen niet weg en garandeert niet dat schade verhaalbaar is.

  • Zzp is geen automatische uitwijkroute. Of iemand zelfstandig werkt, moet je beoordelen aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden.

Wanneer ben je juridisch gezien inlener?

Ramon: Laten we bij het begin beginnen. Wanneer is een ondernemer juridisch gezien een inlener?

Daniël Maats: “Die vraag is al veel langer interessant dan alleen voor de Wtta. Het draait om de vraag of iemand onder jouw leiding en toezicht werkt terwijl het niet je eigen werknemer is, maar een werknemer van een uitlener. De wet omschrijft de uitzendovereenkomst als het op basis van een overeenkomst ter beschikking stellen van een werknemer om onder leiding en toezicht van een derde te werken. Datzelfde criterium staat in de Waadi en de Wtta haakt daarop aan. De kern is: wordt iemand feitelijk aangestuurd bij de inlener? In de details kan het complexer zijn, maar leiding en toezicht is waar het op neerkomt.”

Ramon: Waar ligt dan de grens tussen het inkopen van een dienst en het inlenen van arbeidskrachten?

Daniël Maats: “Er is geen harde grens en dat maakt het lastig. Er is veel over geprocedeerd. Je ziet dezelfde discussie bij schijnzelfstandigheid: werkt iemand onder leiding en toezicht of niet? Bij een overeenkomst van opdracht of bij aanneming van werk kun je best afstemming en een instructiebevoegdheid afspreken zonder dat het meteen leiding en toezicht is. Een bekende zaak is die van FNV tegen PostNL, waar sorteerwerk was uitbesteed aan een andere partij. De rechter keek toen naar de feiten. Wie stuurt de mensen aan de band aan? Wie bepaalt de planning en de aantallen? Van wie zijn de middelen? Loopt de contractpartij echt ondernemersrisico? Daar viel het onder uitzending, wat er ook in het contract stond.”

Ramon: Hoe onderzoek je dat voor je eigen situatie zonder meteen een advocaat te bellen?

Daniël Maats: “Je onderbuikgevoel is vaak al richtinggevend. Is dit een dienst die zelfstandig wordt verricht? Neem ons kantoor: wij nemen een schoonmaakdienst af. Daar zit afstemming in, over de tijden bijvoorbeeld, maar hoe er wordt schoongemaakt bepaalt de schoonmaker zelf. Het is geen kernactiviteit van ons en de vrijheid om de opdracht naar eigen inzicht uit te voeren is groot. Zet de feiten, de omstandigheden en de afspraken op een rij en weeg dan af: is dit terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, of is het aanneming van werk of een andere dienst?”

“Leiding en toezicht is waar het in de kern op neerkomt. Wordt iemand feitelijk aangestuurd bij jou, dan ben je inlener. Wat er in het contract staat, is niet doorslaggevend.”

Wat verandert er concreet?

Ramon: Wat verandert er door de Wtta voor de ondernemer die inhuurt via een uitzendbureau, detacheerder of payrollbedrijf?

Daniël Maats: “Eigenlijk niet zoveel, en toch ook een heleboel. Wat in de kern niet verandert: je hebt als inlener een verantwoordelijkheid voor die werknemer. Een veilige werkomgeving, een juiste beloning, en daaromheen een administratieplicht en een informatieplicht. De beloningsregels veranderen wel iets, maar de basis blijft vergelijkbaar. Wat wel verandert: je mag alleen nog werken met partijen die zijn toegelaten. Volgens de regering is er veel mis in de uitzendbranche. Daar wordt verschillend over gedacht, maar dat uitgangspunt heeft ertoe geleid dat elk uitzendbureau, elke detacheerder en elk payrollbedrijf straks moet worden toegelaten. Werk je met een partij zonder toelating, dan riskeer je boetes en andere vervelende gevolgen.”

Ramon: Je zegt dat er verschillend over wordt gedacht. Wat vind je er zelf van?

Daniël Maats: “Er gaat zeker wat mis, maar dat geldt voor veel meer branches. Dit zijn verplichtingen die heel ver gaan en die iedereen raken, ook de partijen die het goed doen. Ik had liever gezien dat er was ingezet op beter toezicht en betere handhaving. Tegelijk snap ik de afweging: ga je minder ver, dan worden er weer mazen gevonden of richt iemand een lege bv op. Ook onder deze regels blijven er constructies mogelijk. Backofficepartijen zien de wet als kans, want veel kleine uitleners hebben geen zin in de waarborgsom en de certificering en brengen het werkgeverschap bij hen onder. Daar was de wet niet voor bedoeld, al kan het er ook voor zorgen dat die kleine partijen professioneler gaan werken. En een toelating betekent niet dat het daarna vanzelf goed gaat. Er moet nog steeds worden gehandhaafd. Het effect is in elk geval dat iedereen in de markt hieraan moet voldoen, dat het geld kost en dat de administratie uitbreidt. Dat is de afweging die de politiek heeft gemaakt.”

Wat blijft bij de inlener liggen als je uitlener is toegelaten?

Ramon: Stel, je uitlener staat straks netjes in het register. Welke verantwoordelijkheden blijven dan bij jou?

Daniël Maats: “Toelating is stap één. Een partij kan er ook weer uit worden gezet. Het is dus verstandig om in de gaten te houden of de partij waarmee je werkt nog steeds in het register staat, en om daar afspraken over te maken in het contract. Daarnaast houd je je eigen verplichtingen: de administratieplicht, de informatieplicht rond de beloning en een veilige werkplek. Wat ik hoop voor inleners is dat toegelaten uitleners hun administratie en processen zo goed inrichten dat je daarop kunt meeliften en simpelweg doet wat zij van je vragen.”

Ramon: Dus het wordt niet minder administratie?

Daniël Maats: “Nee. De administratieplicht en de informatieplicht rond ingeleende krachten, dus personen, uren en beloningsinformatie, blijven gelijk. Het wordt zelfs strenger, omdat de gelijke-beloningsvoorschriften worden verbreed.”

Beloningsinformatie en lange ketens

Ramon: Hoe ver gaat je verantwoordelijkheid voor het aanleveren van de juiste arbeidsvoorwaarden aan de uitlener?

Daniël Maats: “Die verplichting staat nu al in de Waadi: de inlener moet de informatie verstrekken waarmee de uitlener een juiste beloning kan bepalen. Die norm wordt verbreed naar gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Daar ligt een belangrijke verantwoordelijkheid. ‘Dit is schaal 8 in die cao’ is niet genoeg, want daar zit veel omheen. Zeker als je geen cao hebt, moet je zelf scherp hebben hoe deze arbeidskracht beloond zou worden als je hem zelf in dienst had. Welke elementen zijn dat, en hoe geef je die door?”

Ramon: Bij grote organisaties zie je vaak lange inleenketens, soms met drie of vier partijen ertussen die allemaal marge maken. En toch moet de beloning op niveau blijven.

Daniël Maats: “Dat is een echt aandachtspunt. Werk je met een partij die doorleent, dan wil je zeker weten dat elke schakel in die keten op zijn minst is toegelaten. Dat is ook een verplichting. En het levert hogere kosten op, want het begint bij de kosten van de gelijkwaardige beloning en elke marge komt daar bovenop. Is het tarief bij een lange keten nog steeds heel scherp, dan moet er een belletje gaan rinkelen, want dan kan het bijna niet kloppen. Daar ligt echt een taak voor de afdeling inkoop.”

Ramon: En als dat belletje wordt genegeerd?

Daniël Maats: “Dan is er de ketenaansprakelijkheid voor loon. Een uitzendkracht die te weinig krijgt, kan zijn loonvordering, als die bij het uitzendbureau niet lukt, door de keten heen leggen tot aan de inlener. Dat risico is er.”

“Is het tarief bij een lange keten nog steeds heel scherp? Dan moet er een belletje gaan rinkelen, want dan kan het bijna niet kloppen.”

Wat je in je contract regelt

Ramon: In hoeverre kun je risico’s contractueel bij de uitlener neerleggen?

Daniël Maats: “Een aantal verantwoordelijkheden blijft hoe dan ook bij jou: een veilige werkplek, een goede urenadministratie en de juiste beloningsinformatie. Maar stel dat je die informatie correct verstrekt en de uitlener spreekt vervolgens een te laag uurloon af of betaalt toeslagen niet. Dan wordt niet aan het gelijke-beloningsvoorschrift voldaan en komt die uitzendkracht uiteindelijk bij jou terecht. Je wilt dan in elk geval hebben afgesproken dat je dat kunt verhalen. Bestaat de partij niet meer of is die failliet, dan wordt verhalen lastig, maar je wilt wel een contractuele basis.”

Ramon: Welke bepalingen wil je nu al terugzien in een overeenkomst met een uitzend-, detacherings- of payrollbedrijf?

Daniël Maats: “Ik zou in ieder geval deze afspraken opnemen:

  • Verstrekken wij nieuwe beloningsinformatie, en die wijzigt nogal eens, dan passen jullie die direct toe in het loon van de ingeleende kracht.

  • Wijzigt er iets in jullie positie, bijvoorbeeld een besluit tot schorsing of intrekking van de toelating, dan informeren jullie ons direct.

  • Jullie voldoen aan alle wettelijke vereisten, met een schadevergoedingsplicht als dat niet zo blijkt te zijn.

  • Wordt de gelijkwaardige beloning niet nageleefd terwijl wij de juiste informatie hebben aangeleverd, dan kunnen wij dat op jullie verhalen.

  • Vervalt de toelating, dan is dat een grond om de samenwerking te beëindigen, met een korte afbouwtermijn voor de krachten die al bij ons werken.

Je kunt het over meer zaken hebben, maar dit is de basis.”

Ramon: Ik kan me voorstellen dat uitleners hun voorwaarden straks van A tot Z dichttimmeren.

Daniël Maats: “Dat zou kunnen. Wees daarom kritisch op wat je bij de inkoop tekent. Het gaat er niet om alles bij de uitlener neer te leggen, maar om een basis te hebben als het misgaat.”

Als je leverancier de toelating verliest

Ramon: Wat betekent het als je leverancier tijdens een lopende samenwerking de toelating verliest of geschorst wordt?

Daniël Maats: “Meteen actie ondernemen. Het is mooi als je contractueel hebt vastgelegd dat je direct geïnformeerd wordt, maar afspraak is één en nakoming is twee. Een partij die het niet meldt en vervolgens omvalt, daar verhaal je niets meer op. Ik heb het meegemaakt bij een klant die op grote schaal inleende bij verschillende partijen. Een van die uitzendbureaus bleek het SNA-keurmerk te zijn kwijtgeraakt en had flinke coronaschulden. Daar werd ongemerkt een fors risico gelopen. Zodra je het weet, moet je snel schakelen. Er is een korte periode waarin je alleen de al ingeleende krachten mag laten doorwerken. Daarna moet je stoppen. Neem dat ook op in je contract.”

Ramon: Hoe bereid je je nu voor op het controleren en vastleggen van de Wtta-status van je flexleveranciers?

Daniël Maats: “Vanaf 1 juli 2027 is het register openbaar. Ga er niet vanzelfsprekend van uit dat je van de overheid een seintje krijgt en richt een logisch proces in. Met wie werk je samen? Valt dat onder de Wtta? Voldoen ze aan de normen? Bepaal vooraf wat je doet bij signalen dat het misgaat of als een partij uit het register verdwijnt, en hoe je de samenwerking dan afbouwt. En bewaar die administratie lang genoeg. Zeven jaar is de termijn om aan te houden.”

Flex, zzp en de bredere ontwikkelingen

Ramon: Wat betekenen de Wtta, de ontwikkelingen rond flexwerk en de strengere handhaving op zzp samen voor ondernemers die flexibel personeel willen inzetten?

Daniël Maats: “Het belangrijkste is dat flexibel inzetten goed mogelijk blijft. De Wtta verandert op zich niet zoveel aan de inzet van uitzendkrachten. Detachering valt daar overigens ook onder. Dat is geen juridisch onderscheid, het klinkt alleen chiquer. Waar je scherper op moet zijn, net als bij zelfstandigen: zorg dat je niet ongemerkt met schijnzelfstandigheid zit, of met een partij die zegt een dienst te leveren maar in feite arbeidskrachten ter beschikking stelt. Je moet je proces dus beter inrichten.”

Ramon: Gaan organisaties hierdoor minder snel voor flex kiezen en meer mensen zelf aannemen?

Daniël Maats: “Voor grote organisaties maakt het weinig verschil. Die houden hun processen tegen het licht, willen compliant zijn en gaan door. Tegelijk wordt het de komende jaren minder makkelijk om eigen personeel flexibel in te zetten: het nulurencontract verdwijnt en de ketenregeling wordt aangepast. De behoefte aan echt flexibel personeel, dus uitzendkrachten, blijft daardoor bestaan. Of je zelf aanneemt hangt af van je vraag. Is de behoefte aan arbeid structureel, dan is eigen personeel vaak goedkoper, ook al is het minder flexibel.”

Ramon: Is meer werken met zzp’ers dan een logisch alternatief?

Daniël Maats: “Dan geef ik een echt advocatenantwoord: dat hangt af van de omstandigheden van het geval. Het begint bij de vraag aan het begin van dit gesprek. Wat voor werk heb je te vergeven? Past de opdracht bij werken als zelfstandige, dan kun je die prima aan een zzp’er uitbesteden. Denk goed na over de opdracht en hoe je die vastlegt, en dan kan dat absoluut. Maar is het werk dat in de praktijk onder leiding en toezicht gebeurt, dan verplaats je het risico alleen maar en maak je het misschien groter. Dan is zzp geen alternatief.”

Ramon: Valt een zzp’er die vanuit een eigen bv werkt straks ook onder de Wtta?

Daniël Maats: “De overheid zegt in haar informatie over de Wtta dat dat waarschijnlijk zo is. Dat verdient minstens nuance. Is er geen sprake van leiding en toezicht, dus is het een echte opdrachtovereenkomst, dan is het geen terbeschikkingstelling en valt het niet onder de Wtta. Maar het betekent wel dat je extra kritisch moet zijn bij zelfstandigen. Niet alleen vanwege schijnzelfstandigheid, maar ook omdat een zelfstandige met een eigen bv die feitelijk wordt aangestuurd, onder de toelatingsplicht kan komen. Het risico stapelt.”

Ramon: Je hoort eigenlijk zelden dat organisaties boetes krijgen voor schijnzelfstandigheid. Gebeurt dat al?

Daniël Maats: “De Belastingdienst heeft beperkte capaciteit, zo’n tachtig fte, en werkt risicogericht. Maar het gebeurt wel. Sinds vorig jaar worden echt naheffingsaanslagen opgelegd en daar kunnen sinds dit jaar boetes bij komen. Er ligt een handhavingsplan met sectoren waar ze langs kunnen komen. Hoe later ze komen, hoe groter het risico, want dan wordt over meerdere jaren teruggekeken. Werkt de zzp’er als eenmanszaak en heeft die al aangifte inkomstenbelasting gedaan, dan wordt daar rekening mee gehouden. Maar de premies en de boete blijven. Potentieel is dat een vervelend risico.”

Wat een toelating wel en niet zegt

Ramon: Wat zegt een Wtta-toelating straks over de betrouwbaarheid van een leverancier, en wat zegt die juist niet?

Daniël Maats: “Op het moment van toelating zegt het best veel. Er is dan voldaan aan het normenkader, er ligt een inspectierapport of een SNA-keurmerk, een VOG en een waarborgsom. Daarna zegt het steeds minder. Dat is kort door de bocht, maar de Arbeidsinspectie komt niet elke week langs. Toegelaten uitleners worden periodiek opnieuw geïnspecteerd, maar tussen twee controles kan er van alles gebeuren. Blijf dus zelf scherp. Controleer de status in het register, maar maak ook afspraken over steekproeven en over inzage in de beloning van specifieke krachten die bij jou werken. Het blijft een kwaliteitskeurmerk aan de voordeur.”

Rode vlaggen bij flexleveranciers

Ramon: Welke juridische rode vlaggen zie je nu al bij flexleveranciers, offertes en overeenkomsten waar ondernemers overheen kijken?

Daniël Maats: “Ga in het eerste gesprek dieper in op de administratie. Heeft deze partij de werknemers zelf in dienst? Hoe gaan ze om met de beloningsinformatie die jij aanlevert, en is daar kennis voor in huis? Wordt daar overheen gepraat of krijg je weinig inzicht, dan is dat een rode vlag. Het liefst zie je een portaal waarin je mutaties kunt doorgeven. Vraag één keer een pro-formadossier op: wij leveren dit aan voor deze functie, wat doen jullie ermee en hoe vertaalt zich dat naar de loonstrook van de uitzendkracht? Dan zie je meteen of ze het in de vingers hebben.

Tweede rode vlag: als niet transparant is welke partijen er in de keten zitten. Je hebt contact met één partij, maar er blijken er meer achter te zitten. Dan ben je het overzicht kwijt en weet je niet of iedereen het goed doet. En die andere partijen werken misschien zelf ook weer met anderen.

Derde: een tarief dat duidelijk lager ligt dan het marktgemiddelde voor die functie. Laat uitleggen hoe dat tarief tot stand komt. Ik zeg niet meteen wegrennen, maar wel: waarom wordt daar moeilijk over gedaan? Dat neem ik mee in een goed voorgesprek.”

“Vraag één keer een pro-formadossier op. Dan zie je meteen of een uitlener het in de vingers heeft.”

Wat je nu al regelt

Ramon: Wat laat je een ondernemer die nu met flexkrachten werkt vóór 2027 en 2028 concreet regelen?

Daniël Maats: “Breng nu in kaart welk flexwerk je allemaal hebt. Met zzp’ers ben je waarschijnlijk al bezig geweest, zeker sinds vorig jaar. Welke flexibele schil via derde partijen is er verder? Wil je dat zo blijven doen, of wil je het aantal partijen terugbrengen? Het is een goed moment om alles kritisch te bekijken en het gesprek aan te gaan met de partijen waarmee je nu samenwerkt: hoe bereiden jullie je voor op de Wtta?”

Ramon: Zien we straks dat grote partijen de kleine opslokken, en dat je dus beter met één grote partij werkt dan met drie kleine?

Daniël Maats: “Dat kan ik me goed voorstellen. Kleinere partijen kunnen door de certificering en de waarborgsom besluiten te stoppen of het anders in te richten. Minder concurrentie kan ook betekenen dat tarieven stijgen. Dat zou een vervelend bijeffect zijn. In de politiek zal ook worden gezegd dat het misschien goed is als flexibele arbeid duurder wordt. Daar ben ik het niet per se mee eens. Er is een echte behoefte aan flex, juist omdat er in Nederland zo’n grote verantwoordelijkheid bij werkgevers ligt. Kijk naar de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en de re-integratieverplichtingen.”

Ramon: Flex structureel inzetten om goedkoper uit te zijn ten koste van medewerkers, dat is toch precies wat men wil tegengaan?

Daniël Maats: “Daar is deze wet niet voor bedoeld. De gelijke-beloningsvoorschriften bestaan al en worden verbreed. Daar heb je geen toelatingsstelsel voor nodig. Het gaat om partijen die van de wettelijke verplichtingen afwijken. Die wil men aanpakken, en de politiek heeft daarvoor gekozen voor een toelatingsstelsel in plaats van uitbreiding van de handhaving. Dat is de manier die is bedacht om iedereen op dezelfde wettelijke lijn te krijgen.”

Checklist: zo bereid je je voor

Nu, in 2026

  • Inventariseer je hele flexibele schil: uitzendkrachten, gedetacheerden, payrollkrachten en zzp’ers, per partij en per functie.

  • Breng de feitelijke aansturing en contractketen per opdracht in kaart. Laat twijfel over terbeschikkingstelling en schijnzelfstandigheid afzonderlijk beoordelen; een etiket in een contract beslist dit niet.

  • Breng per leverancier de keten in kaart. Wie is de juridische werkgever en wie zit ertussen?

  • Vraag bij elke leverancier een pro-formadossier op en kijk hoe je beloningsinformatie op de loonstrook terechtkomt.

  • Zet je eigen beloningsinformatie op orde: functies, schalen en alle arbeidsvoorwaarden die een eigen werknemer in die functie zou krijgen, ook zonder cao.

  • Laat je overeenkomsten beoordelen aan de hand van de aandachtspunten uit dit interview. Dit zijn gesprekspunten, geen kant-en-klare modelclausules.

Vanaf 1 juli 2027

  • Controleer elke leverancier in het openbare register van de NAU en meld je aan voor meldingen.

  • Leg per ingeleende kracht vast van welke uitlener die komt, inclusief de partijen in de keten.

  • Beschrijf wat je doet bij een schorsing of intrekking: wie signaleert, wie beslist, hoe je afbouwt.

Vanaf 1 januari 2028

  • Controleer de bevoegdheid van de uitlener: toelating, ontheffing, geldige overgangsstatus of een toepasselijke wettelijke uitzondering. Alleen een lopende aanvraag is geen voldoende bewijs.

  • Houd een vast controleritme aan en doe steekproeven op de beloning van specifieke krachten.

  • Bewaar de Wtta-registratiegegevens ten minste zeven jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de terbeschikkingstelling eindigt. Dit is niet automatisch de bewaartermijn voor ieder persoonsgegeven of elk document in het dossier.

Over Daniël Maats en BVDV

Daniël Maats is arbeidsrechtadvocaat en partner bij BVDV Advocaten & Fiscalisten in Utrecht. Hij adviseert werkgevers over ontslag, reorganisaties, het werken met zzp’ers en uitzendrecht. BVDV is juridisch kennispartner van PersoneelsKompas. Meer over Daniël lees je op zijn profielpagina bij BVDV.

Bronnen bij de redactionele aanvullingen

Verder in het Wtta-dossier

Dit interview is algemene informatie en geen juridisch advies. Bespreek jouw situatie met een arbeidsrechtjurist. De redactionele aanvullingen zijn niet automatisch uitspraken van Daniël.

Bron en controle. Interview door Ramon van PersoneelsKompas. Antwoorden uit de door Daniël Maats aangepaste interviewversie. Redactionele aanvullingen afzonderlijk gecontroleerd en herkenbaar vermeld. Laatst gecontroleerd op .